Omgaan met verlies en rouw, de Transitiecirkel

Gepubliceerd op 28 september 2019 13:47

Soms zie je even geen lichtpuntje meer. Door een verlieservaring in je leven, lijkt alles donker en grauw. Er is verdriet, onbegrip en misschien wel boosheid.

Wist je dat verlies en het bijbehorende rouwen niet alleen plaatsvindt na  het verliezen van de dierbare? Elke (ingrijpende) verandering roep verlies op.  Het proces dat je doorloopt om het verlies te verweven in je leven, kent volgens de transitiecirkel 6 thema’s: contact maken, hechten, intimiteit delen, afscheid nemen/ verliezen, rouwen en betekenis geven.

De cirkel benadrukt dat veranderingen verlies oproepen, waarbij de thema’s op de transitiecirkel zich als vanzelf aandienen.

 

Veranderingen in het leven die verlieservaringen oproepen zijn onder andere:

Het verlies van je gezondheid door ongeval of ziekte. Ook dat zijn ervaringen waardoor je flink uit balans kunt raken en jezelf, je lichtpuntje, (tijdelijk) kwijt kunt zijn.
Wanneer je (een stukje) autonomie verliest (als gevolg van ongeval, ziekte, ouderdom), word je (deels) afhankelijk van anderen. Dat is een proces met allerlei emoties.
Bij echtscheiding of verbreken van een relatie, zal het leven opnieuw ingericht moeten worden. Je verliest dat wat er was.
Bij een (gedwongen) verhuizing ga je weg van je oude en vertrouwde plek. Je laat herinneringen achter. Dit kan als een groot verlies ervaren worden.

Vaak wordt rouwen alleen gekoppeld aan de periode na het overlijden van een naaste. Maar ook bij andere verlies ervaringen mag aandacht zijn voor rouwverwerking. Want elk verlies roept veranderingen op, altijd!

In dit blog neem ik je mee langs de 6 thema's van de transitiecirkel:

contact maken, hechten, intimiteit delen, afscheid nemen/ verliezen, rouwen en betekenis geven.

 

THEMA 1: CONTACT MAKEN / WELKOM HETEN
Alles begint met een welkom. Een geboorte, een contact, een baan, een liefde...enz.
Bij elk nieuw contact neem je ervaringen uit je verleden mee. Dat gebeurt vaak instinctief en elk contact verwijst daarmee ook naar het 'Welkom zijn' in het leven als geheel. Bij de allereerste kennismaking is dus ook die hele geschiedenis aanwezig.
Gevoelsmatig wordt afgetast of er een 'klik' is en of er voldoende basis is voor veiligheid en vertrouwen in de relatie. Dit gebeurt bij elke nieuwe ontmoeting. In het eerste welkom ontstaat de basis voor hoe de relatie vorm krijgt. Het is een verzameling onuitgesproken regels, behoeften, en verwachtingen over hoe mensen zich tot elkaar verhouden. Het vormt de basis van de sociale omgangsvormen, die nodig zijn om contact vorm te geven. Zo'n contact ontstaat haast ongemerkt en is gebaseerd op de eerdere levenservaringen van beide personen.
Enerzijds op teleurstellingen in contacten waarbij behoeften niet vervuld werden, of verwachtingen niet uitkwamen. Anderzijds op mooie momenten van echt contact, waarin het vertrouwen in zichzelf en de ander een impuls krijgt.

Het thema welkom heten/ contact maken kent een tegenovergestelde in de vorm van 'isoleren en terugtrekken' . Een zelfgekozen afzondering lijkt een veilige houding tegenover het risico niet welkom te zijn. En het vermijden van contact lijkt een bescherming te bieden tegen de kwetsingen van genegeerd te worden.

 

THEMA 2: HECHTEN EN VERBINDEN
Na het eerste welkom komt de fase van hechting en verbinden. In de kindertijd wordt hier een soort werkmodel ontwikkeld hoe om te gaan met een situatie wanneer het spannend wordt. Het kind reikt in spannende situaties (bij honger, dorst, moe, angst, pijn enz.) uit naar de eerst verzorgenden. De ouder(s) of verzorger(s) worden als ‘secure base’ gezien door het kind wat, zolang het afhankelijk is, uit zal blijven uitreiken voor veiligheid en verzorging. De manier waarop er op wensen en verwachtingen van het kind gereageerd wordt, positief of negatief bekrachtigd, zal bijdrage aan het zelfbeeld van het kind en aan de beschikbaarheid van de ouder of verzorger. Het gevoel van veiligheid en het vermogen om met angst om te gaan wordt grotendeels bepaald in de eerste jaren waarin je gehecht, verknocht en gewend raakt aan mensen, zaken, plekken enz.
Hieruit ontstaat ook het vermogen zich te kunnen verbinden met zichzelf en de ander.

 

N.B. Secure base: Een secure base is een persoon, plaats, doel of object dat een gevoel van bescherming, veiligheid en zorg biedt. Het biedt een bron van inspiratie en energie voor uitdaging, onderzoek, het aangaan van risico’s en het zoeken van nieuwe uitdagingen. 

(naar: Kohlrieser, Goldsworthy & Coombe, 2012)

 

THEMA 3: INTIMITEIT DELEN
Intimiteit gaat over aangeraakt worden op de grens. Het gaat over nabijheid en je werkelijk ten diepste kunnen verbinden. Dat kan zijn extern; op de huid of het lichaam. Of intern; waarbij diepere gedachtes, gevoelens of twijfels gedeeld worden. Intimiteit maakt kwetsbaar en de mate van je veilig voelen speelt hierbij een grote rol. Daardoor volgt intimiteit logisch op hechting. Bij intimiteit durf je je over te geven aan de ander, kun je je laten dragen, of vertel je je diepste gevoelens zonder alert te hoeven zijn.

De achterkant van intimiteit is ‘vermijden van intimiteit’. Dit kan voortkomen uit de angst om gekwetst of teleurgesteld te worden (ervaringen uit het verleden). Maar het kan ook zijn dat het delen van intimiteit vroeger niet is geleerd. Soms kan het verlies van een dierbare leiden tot het vermijden van intimiteit. Met name wanneer er met diegene een intiem contact bestond.

 

THEMA 4: AFSCHEID NEMEN EN VERLIEZEN
Elk contact, ontmoeting of relatie zal op enig moment eindigen, altijd. Het einde is onvermijdelijk. Met het aangaan van een eerste contact wordt (onbewust) de acceptatie van het afscheid meegenomen. De beleving of verwachting van enig afscheid is per persoon verschillend. De basis om verlies te kunnen aangaan, ligt ook hier verscholen in de aanwezigheid van hechtingsfiguren (ouders/ verzorgers). En, aan de passende manier van reageren van die hechtingsfiguren op de behoeftes van het kind.
In ons leven nemen we op verschillende manieren afscheid. Vaak gebeurt dat met rituelen. Rituelen markeren een overgang, een transitie. Het afscheid wordt bewust genomen. En daarmee kan de rouw pas echt doorleefd worden, door het toelaten en ervaren van de betekenis van dit afscheid.

Wanneer er angst is voor eenzaamheid, verlating, of het gevoel het verlies niet aan te kunnen, kan er vastgeklampt worden of ontkent worden dat er een verlies is geleden. Vaak is dit een overlevingsstrategie. Je probeert zo de rouw voor te blijven. Soms is dit ook vanuit een (onbewuste) aanname dat afscheid nemen te pijnlijk is.
Maar het verlies is er, hoe dan ook.

 

THEMA 5: ROUWEN
Rouwen volgt op afscheid. Je leert leven zonder datgene wat is verloren gegaan. Het is een slingerbeweging tussen verleden, heden en toekomst. De slingerbeweging verschilt per persoon en van moment tot moment. Van tijdelijke ontkenning van het verlies, naar de pijn die zich spontaan aandringt door bv. een geur, geluid, lied of beeld die je eraan herinnert. Maar ook activiteiten die gericht zijn op herstel, kunnen en mogen er zijn. Rouwen is niet voor niets een werkwoord. Rouwen is werken, werken aan een leven zonder datgene wat verloren is gegaan. Het verlies wordt zo verweven in je leven.

Wanneer het verlies en de rouw te lang ontkend wordt, ontstaat er gestolde rouw. Er is een weerstand en het gevoelsleven wordt uitgeschakeld. Deze niet doorleefde rouw komt op momenten van tegenslagen. Niet zelden wordt er een relatie gezien tussen depressie/ ziekten/ burn-out en gestolde rouw.
Rouwen is een slingerbeweging tussen verleden, heden en toekomst. Tussen verlies en herstel.

 

THEMA 6: BETEKENIS GEVEN
Naast de emotionele en fysieke inspanning die rouwen met zich mee brengt, is er ook een cognitief proces nodig om betekenis te kunnen geven aan het verlies, wat vaak als zinloos ervaren wordt. Na het verlies is het leven immers veranderd en dat vraagt om het ‘herschrijven’ van je levensverhaal. Leren omgaan met het verlies is een actief proces van betekenisgeving; je kunt je herbezinnen op je doelen, je leven opnieuw richting gaan geven, persoonlijke waarden kunnen worden herzien, nieuwe doelen kunnen worden gesteld…
Het rouwen beweegt zich tussen twee polen: de verliesoriëntatie en de hersteloriëntatie. En binnen de twee oriëntaties kan de betekenisgeving zowel positief als negatief voorkomen. Zowel positieve als negatieve betekenisgeving bij zowel verlies- als hersteloriëntatie geven op een bepaalde manier houvast. Betekenis moet vaak worden gemaakt en dat is een actief cognitief proces. Verliesgerichte momenten en activiteiten kunnen en mogen prima bestaan naast de herstelgerichte momenten en activiteiten. De slingerbeweging tussen deze twee oriëntaties maken dat het verlies verweven wordt in het leven en er betekenisgeving ontstaat. Je kan weer genieten van het leven en staat weer open om  contact te maken.

De stappen van de transitiecirkel gaan niet altijd in de volgorde van de thema’s. Het is voor iedereen anders. Soms ga je  één stap vooruit en daarna twee terug. Of je slaat een stap over die later aan de beurt is. De thema’s op de cirkel dienen zich als vanzelf aan als de tijd daar is. Het is wat het is.

 

Bij coaching met inzet van paarden kan de transitiecirkel van jouw verhaal, samen met een paard, ontdekt worden. Zo kan je ervaren wat elk thema met je doet. De paarden en ik staan voor je klaar en heten je welkom.

 

Bron: Professioneel begeleiden bij verlies, 2017. Jacob van Wielink, Leo Wilhelm en Denise van Geelen- Merks.
De transitiecirkel is een model van Jakob van Wielink en Leo Wilhelm.


«   »